Pijn, tot in mijn ziel | Mama met Sokjes van Geitenwol

Disclaimer: Dit stukje schreef ik jaren geleden. Het is gelukkig geen recent voorval. Maar zoals jullie weten plaats ik alles wat voor mij relevant van mijn oude blog naar deze, zodat ik alles op 1 plek verzameld heb. Dit blogje kwam online op 12/07/2015.

Hoe 5 maanden konden beginnen met het vooruitzicht van de hemel maar eindigen in de hel.

— Dit is nog eens een stukje met een deel verwerking van mijn verleden. Er komen expliciete stukken aan bod. Niet aangeraden voor gevoelige of jonge mensen. Een heel lang stuk tekst, waar ik al lang aan zit te werken en lang heb getwijfeld of ik het wel zou online zetten. —

— Edit: Dit is 2 jaar geleden begonnen en ondertussen dus meer dan een jaar voorbij, dit bleek ik niet duidelijk te hebben vermeld. Ik kon echter nu pas mijn verhaal vertellen. —

foto-van-een-regenachtige-dag-met-regendruppels-op-het-raam-hd-regen-achtergrond

Het begon “onschuldig” met verbale dingen. Kleinerende opmerkingen die werden weggelachen. Eerst thuis ja. Stomme dingen. Dat had ik al moeten zien. Maar dat deed ik niet. Ik stortte me op dit, alsof het mijn laatste kans was op liefde en een relatie. Achteraf zie ik goed in dat het geen van beide ooit is geweest. Maar het bleef niet bij thuis. Na een tijdje kwam ook in het openbaar. Dingen over mij, over mijn verleden. Dingen over de mensen die me dierbaar waren – en nog steeds zijn. Dat was nog het ergste. Zij hadden er niets mee te maken, maar je wist dat dat me het meeste zou raken. Want dat je het bewust deed daar stel ik me nu geen vragen meer bij. Ik probeerde het altijd voor mezelf goed te praten, maar dat had niet gemoeten.

Toen ook dat weer een gewoonte was geworden kwam het volgende. Me echt kwetsen door er anderen bij te halen. Je ex die zo geweldig was bijvoorbeeld. Haar uitnodigen en doen alsof wij niets hadden. Als we haar ergens tegenkwamen je laten kussen door haar. Omdat je wist dat zij dat nog steeds wilde. Ook dat had een teken moeten zijn dat niet alles in orde was. Een signaal van hoe je echt was. Maar ik zag het niet. Nog steeds te zeer gefocust op “het moet deze keer wel lukken”. En ik ben er zeker van dat je dat ook wist.

Het ging hierna niet de betere kant op. Er kwamen ruzies. Omdat ik dingen niet goed deed. Ik kon het niet. Ik maakte fouten. Ik lette niet genoeg op als je iets uitlegde. Ik moest dingen zelf maar uitzoeken, ook al kende ik er niets van. Dat waren de dingen die ik constant moest aanhoren. Dat ik niets kende van boekhouden kon je niets schelen, ik moest het maar oplossen. Dat ik geen website kon ontwerken kon je niets schelen, ik moest het maar oplossen. Dat ik geen ervaring had met zakelijke communicatie kon je niets schelen, ik moest het maar oplossen. Maar o wee als er dan iets niet helemaal goed ging. Dan kreeg ik het te horen.

herfstbladeren-op-het-raam-en-regendruppels-hd-herfst-achtergrond

Ik kreeg een patroon in de gaten. Elke avond dronk je. In het begin had je altijd wel een uitleg. Iets om te vieren. Of gewoon “een gewoonte bij het koken”. Maar naarmate ik langer bij je was bleven de excuses weg. En werd het drinken meer. Ik zag wel dat het een probleem was, maar er iets op zeggen durfde ik niet. Als ik een beetje te lang keek zei je ook zelfverzekerd dat je geen probleem had maar dat je het gewoon lekker vond. Die uitleg was goed genoeg voor mij.

Na een tijd was het gemakkelijker voor je om niet alleen te roepen maar me ook van mijn stoel te sleuren. Aan mijn haren. Met eerst nog een harde klap tegen mijn hoofd. En erna als ik geluk had ook nog wat klappen. Natuurlijk op mijn schouders en rug, want daar zag je de blauwe plekken niet. Maar ik ging er niet tegenin. Je had me duidelijk genoeg gemaakt dat ik dit verdiende. Dus waarom zou ik tegenspreken wat ik verdiende?

Contact hebben met vrienden mocht ik op dat moment al niet meer. Want waarom zou ik? Zij hoorden bij mijn verleden, en dat had ik toch niet meer nodig? Mijn telefoon werd gecontroleerd op berichtjes en belletjes. Mijn ouders mocht ik af en toe eens bellen. Want zo goed was je. Ik mocht toch zeker niemand verwaarlozen? Ook hier had ik kunnen zien dat dit niet gezond was. Je sprak jezelf tegen en mijn beste vrienden mocht ik niet meer spreken. Je zorgde er wel voor dat zij niet meer met mij wilden spreken zelfs.

Maar tijd om hierover na te denken had ik niet echt. Ook daar zorgde je wel voor. Elke dag werken. Als het niet buitenshuis was, dan was er binnen genoeg te doen. Opruimen – jou rommel dan nog, administratie – uiteraard de jouwe , na een tijd elke dag koken – al kon ik niet koken, maar dat was dan weer een extra reden om me te straffen en me klappen te geven. Het ergste was die keer dat je met een pan hete olie en paddenstoelen boven me stond te dreigen om hem op mijn hoofd om te keren, ik in een hoekje gedreven in de gang huilend van angst.

in-het-bos-met-herfst-en-regen-hd-herfst-achtergrond

Bont en blauw was ik regelmatig. Maar dat moest ik dan maar verbergen. Elke ochtend opnieuw zei je dat het je speet. Dat het niet je bedoeling was geweest om me pijn te doen. Dat het toch wel wat mijn eigen schuld was en dat ik het had uitgelokt. En elke ochtend opnieuw geloofde ik je. Dat je er niets aan kon doen. En dat het mijn eigen schuld was.

Geleidelijk aan begon ik gewicht te verliezen. Stress, besef ik achteraf. Maar op dat moment snapte ik niet hoe het kwam. Je vond dit niet leuk. Je had me liever met wat meer vlees aan. Dus moest ik eten. En eten. En eten. Maar ik bleef afvallen. Dus sloeg je me weer. Want ik deed mijn best niet. Ik hield niet van je. Op een bepaald moment werd ik ziek. Mijn bloeddruk daalde, zo laag en zo lang dat je niet anders kon dan me naar het ziekenhuis brengen. Daar werd bloed geprikt. En zagen ze de blauwe plekken op mijn armen. Je had me gesmeekt om niet te zeggen waar dat door kwam, met tranen in je ogen, dus loog ik. Waarom ik dat deed? Ik weet het niet.

Het beetje contact dat ik mocht hebben met mijn ouders werd ook minder en minder. Tot ik ze uiteindelijk alleen nog mocht bellen als het geld op was. Want dat was ook nog zoiets. Ik was eigenlijk een student. Maar ik mocht niet meer naar de lessen gaan. In plaats daarvan moest ik voor je werken. Je zorgde er wel voor dat ik meer verdiende dan ik mocht, daar had je allerlei omwegen voor. Op de een of andere manier kreeg je altijd alles voor elkaar. Maar als we dan toch eens zonder geld zaten moest ik mijn ouders maar wat vragen. Zodat je vooral meer drank kon kopen.

Awesome_Rainy_Wallpapers_www.laba.ws

Ook tussen de lakens gebeurden er dingen die niet door de beugel konden. Maar zelfs daar had je een uitleg voor. Seks hoorde bij een relatie. Dus al wilde ik niet, dan nog had je het recht om te nemen. Ik moest maar wat meer meewerken, anders ging het nog meer pijn doen. Op dat moment gaf ik je gelijk. Natuurlijk hoorde het bij een relatie. Waarom deed ik zo flauw? Je haalde er op een bepaald moment zelfs een ander bij. Ook zij wilde niet. Dat was de eerste keer dat ik me begon vragen te stellen. Ik had een relatie met je. Maar zij helemaal niet. Waarom moest zij dan? Het leek op dat moment wel alsof ik langzaam wakker werd. Langzaam besefte dat het niet ok was. Maar op dat moment was het al te laat. Ik was geen moment alleen, kon geen kant op. En dan nog, waar zou ik heen gaan? Er was niemand meer over. Daar had je wel voor gezorgd. Dus bleef ik. En zweeg ik.

Elke dag werd het erger. De dingen waar ik voor gestraft werd werden kleiner en kleiner. En de straffen werden erger en erger. Soms was er helemaal geen reden meer om me te straffen, was het gewoon omdat je er zin in had. Ik zie het nog helemaal voor me. Hoe je me door de kamer sleurde aan mijn haar. Me van het bed af gooide. Me tegen de muur hield bij mijn keel. En daarna mocht ik als een hond op de grond slapen. In de living, niet op de slaapkamer. Want dat was mijn plaats, dat verdiende ik.

Die ene avond werd het te veel. Je dronk meer dan ik je ooit had zien drinken. En je sloeg door. Opeens, zonder reden moest ik bij je komen. Je sloeg me, tot ik helemaal suf was. Ik lag op bed, het enige wat ik nog kon doen was huilen. Je nam een kussen, legde het op mijn hoofd. Met een hand duwde je op het kussen, de ander duwde op mijn keel. Ik was bang. Bang voor mijn leven. Tegenspartelen deed ik niet meer. Waarom zou ik? Misschien was dit wel beter? Ik had niets meer. Je had me alles afgepakt. Mijn leven, mijn vrienden, mijn waardigheid, mijn zelfvertrouwen – dat kleine beetje dat ik had.
Maar opeens nam de druk af. Ik durfde nog steeds een tijd niet bewegen. Tot ik je hoorde snurken. Toen wist ik dat het veilig was. Als je sliep werd je nergens meer wakker van. Uren heb ik zitten huilen. Zitten twijfelen. En uiteindelijk heb ik de stap gezet. Midden in de nacht belde ik naar mijn ouders. Bang of ze wel zouden opnemen, bang of ze me wel zouden willen spreken en bang of ze me wel wilden helpen. Gelukkig deden ze dat. Ze zouden me meteen komen halen. Ik zette die nacht al mijn spullen klaar en wachtte af. Zo stil mogelijk vertrok ik, ik liet niets achter.

hd-regen-wallpaper-met-een-brandende-lucifers-in-de-regen-achtergrond-foto

Als buitenstaander zou je denken dat het hier gedaan was. Maar niets is minder waar.

Ik kreeg telefoon van je. Je wilde met me praten. Je snapte waarom ik weg ging maar je kon niet zonder me. Je kreeg me zover dat ik mijn ouders ompraatte om terug te komen. Enkel voor een gesprek. Je beloofde me zoveel mooie dingen toen ik er weer was. En ik was zo stom om te geloven dat je echt kon veranderen. Je ging niet meer drinken, beloofde je. Terwijl de blikjes naast je lagen. Je ging me met geen vinger meer aanraken. Ik mocht mijn ouders elke dag bellen, zodat ze wisten dat ik ok was. En je ging me niet meer kleineren. Ik geloofde je helemaal. Mijn ouders vertrouwden het niet. En van hen mocht ik niet blijven. Maar ik bleef toch. Toen ze –terecht – boos vertrokken waren deed je niets anders dan zeggen hoe slecht ze waren. Dat ze mij het geluk niet gunden.

De eerste tijd hield je je aan al je beloftes. Als ik niet naar mijn ouders belde werd je boos en zei je dat ik het hen verschuldigd was. Je bleef er wel altijd bij, zodat je wist waar het over ging. Om je punt naar mijn ouders toe te bewijzen gingen we zelfs naar een evenement in de buurt. Georganiseerd door mijn papa en zijn vereniging. Mijn beste vriendin – die ik tot op de dag van vandaag nog ongelofelijk dankbaar ben dat ze me terug in haar leven heeft toegelaten – was daar. Dat wist je niet. En je werd kwaad. Haar pijn zien deed me zo veel, dat ik opnieuw begon na te denken over of ik de juiste keuze had gemaakt. Onderweg naar huis gaf je me opnieuw de keuze. Uitstappen of meegaan. Ik ben meegegaan, ik wilde niets achterlaten bij je. En je bleef me overtuigen dat het bij jou zo goed was.

hd-regen-achtergrond-met-regendruppels-op-een-raam-wallpaper

Aan je andere beloftes hield je je ook zo ongeveer. Je raakte me met geen vinger aan. Ook niet op een positieve manier. Ik “mocht” op de zetel slapen. Zo was ik er zeker van dat je me niets aandeed. Het drinken stopte exact 2 dagen. En het kleineren volgde niet veel later. Ook de ruzies kwamen terug, sneller dan ooit. Maar je raakte me niet aan.

Tot die ene avond. Je had weer eens een enorme hoeveelheid op. En we hadden ruzie. Vraag me niet waarover. Je wilde me buiten zetten, zonder mijn spullen, had mijn telefoon van de trap gegooid zodat die uit elkaar lag en ik hem niet meteen kon gebruiken. Ik had de keuze. Blijven en alle banden met mijn familie verbreken of buiten, in mijn nachthemdje, zonder iets. Op dat moment was ik zo bang dat ik koos om te blijven. Toen maakte ik in jou ogen de fout om te gaan zitten. Dat recht had ik niet. Toen vloog je me aan. Rechtstreeks naar mijn keel. Ik verstijfde. En je liet me onmiddellijk los. En zei ontelbare keren hoeveel het je speet. Maar voor mij was op dat moment de keuze gemaakt.

Toen je eindelijk weer sliep deed ik hetzelfde als ongeveer een maand ervoor. Ik belde mijn ouders opnieuw. Deze keer nog banger dan de vorige. Maar opnieuw twijfelden ze niet en kwamen ze me halen. Ik verzamelde al mijn spullen en maakte dat ik weg kwam. Ik wilde niets meer met je te maken hebben. Nooit meer. Achteraf hoorde ik je nog een paar keer. De ene keer huilend dat je me terug wilde, de andere boos omdat ik je zo gekwetst had achtergelaten. Maar ik liet me niet meer ompraten. Ik ging nooit meer terug naar de hel waar ik uit was ontsnapt.

foto-rood-witte-vuurtoren-met-lichten-aan-in-het-donker-met-regen-hd-vuurtoren-achtergrond

Ondertussen heb ik nog steeds littekens. We zijn nu meer dan een jaar verder en ik ben nog steeds bang als ik mensen bier zie drinken uit een blikje. En al helemaal als het jou merk is. Ik kan er nog steeds niet tegen als er iets of iemand aan mijn keel komt. Vergeet dus maar sjaaltjes, korte kettingen, een liefkozende streling, … Mijn zelfbeeld is verschrikkelijk, en ook dat heb ik aan jou te danken. Maar stukje bij beetje kruip ik uit mijn dal. Met steun en liefde van de mensen rondom mij lukt het me wel. En zolang jij heel ver uit mijn buurt blijft kan ik weer denken aan geluk. Want dat denk ik nu wel te hebben gevonden.

Weer een keertje heftiger dan het gemiddelde dat ik schrijf, maar het is belangrijk dat ik ook dit soort dingen kan delen. Misschien kan ik wel iemand helpen om de ogen te openen. Voor het te laat is. Al is het maar 1 persoon. Dan ben ik niet voor niets door de hel gegaan.

Veel liefs,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s